Wat rijmt er op varen

2 Syllables
are, aren, arend, baren, fanfare, garen, garens, hare, haren, harent, hectare, karen, klare, klaren, laren, mare, maren, paren, schare, scharen, snaren, sparen, staren, varen, varens, ware, waren, zware
3 Syllables
afvaren, altaren, barbaren, bedaren, beharen, besnaren, besparen, bevaren, drinkwaren, ervaren, gangbare, gebaren, gevaren, huzaren, inklaren, invaren, lantaren, nastaren, omvaren, ontharen, ontwaren, opbaren, opsparen, opvaren, pinaren, rondwaren, schrikbarend, vergaren, verharen, verklaren, verklarend, vervaren, verzwaren, verzwarend, visarend, wegvaren, welfare, welvaren, zorgbarend
4 Syllables
binnenvaren, commentaren, eetwaren, evenaren, ijzervaren, isobaren, kanovaren, kinderschare, marterharen, meevaren, middelbare, navelstaren, onbevaren, onervaren, openbare, openbaren, oversparen, overvaren, proefvaren, redenaren, rookwaren, spelevaren, steenarend, terugvaren, uitklaren, uitsparen, uitvaren, voortvaren, vrijverklaren, wedervaren, zaklantaren
5 Syllables
eigenaren, onbedwingbare, toverlantaren, veropenbaren, voorbijvaren
6 Syllables
achteruitvaren, dievenlantaren