Wat rijmt er op opkijken

2 Syllables
blijken, blijkens, dijken, ijken, kijken, lijken, prijken, reiken, rijke, rijken, strijken, tijken, wijken, zeiken
3 Syllables
afstrijken, bedijken, bekijken, bereiken, bestrijken, bezwijken, bijstrijken, eiken, herijken, indijken, inkijken, instrijken, kaprijke, klokkijken, meiske, omdijken, omkijken, ontwijken, ontwijkend, opkijken, opstrijken, platstrijken, reikend, verkijken, verrijken, verrijkend, verslijken, verstrijken, wegkijken, wegstrijken
4 Syllables
afzeiken, binnendijken, binnenkijken, bomenrijke, herbekijken, koninkrijken, meekijken, nareiken, overkijken, terugkijken, toekijken, toestrijken, uitkijken, uitstrijken, vergelijken, verreiken, verreikend
5 Syllables
achteromkijken, overreiken, toereiken, uitreiken, verwereldlijken
6 Syllables
ongeneeslijke, ontoereikend, vooruitkijken