2 Lettergrepen
legen
negen
negens
plegen
regen
tegen
vanwege
vegen
wegen
zegen
zwegen
3 Lettergrepen
achterwege
asregen
belegen
bewegen
bewegend
gelegen
genegen
geregen
halverwege
inwegen
nawegen
omwegen
opwegen
snelwegen
stofregen
stortregen
subregent
verlegen
verplegen
waartegen
4 Lettergrepen
bijgelegen
bommenregen
driewegen
kogelregen
lenteregen
medeplegen
omgelegen
onbewegend
ongelegen
ongenegen
overwegen
rechtgeregen
uitwegen
vonkenregen
waterwegen
welgelegen
zelfbewegend
zomerregen
5 Lettergrepen
aangelegen
doorgelegen
hooggelegen
lagergelegen
toegenegen