Wat rijmt er op deken

2 Syllables
blaken, bleken, breken, brekend, deken, eken, elke, gebreke, kweken, leken, preken, reken, rekent, smeken, smekend, speken, spreke, spreken, steken, streken, teken, weken, wreken
3 Syllables
afpreken, afreken, afsmeken, afweken, bepreken, berekend, berekent, bespreken, bezweken, bolleke, gebreken, gereken, gerekend, gestreken, hartbrekend, inweken, losbreken, losweken, manneke, manneken, misrekent, naspreken, ontbreken, ontbrekend, ontsteken, opbleken, opkweken, vaststeken, verbleken, verbreken, verkeken, verstreken, verweken, wegbreken
4 Syllables
afgestreken, afgeweken, apotheken, binnenbreken, herberekend, hypotheken, ingerekend, lekenpreken, nabespreken, onbezweken, onderbreken, ongerekend, ongestreken, openbreken, proefpreken, theeketel, uitbleken, uitbreken, uitweken, vergeleken, weekenden, weekender, weekendwerk, zedenpreken
5 Syllables
meerekenen, toegerekend, uitgestreken